Belanghebbende, woonachtig in Nederland en werkzaam op een binnenschip dat in Nederland geregistreerd staat, betwistte de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2013. Hij stelde dat vanaf februari 2013 het Cypriotische socialeverzekeringsrecht van toepassing was en dat Nederland onterecht premies en belasting had geheven. De SVB had een A1-verklaring afgegeven die Nederland als toepasselijke sociale verzekeringsstaat aanwees vanaf 3 januari 2013.
De rechtbank oordeelde dat de A1-verklaring, ondanks een vernietiging van het besluit op bezwaar door de bestuursrechter, nog steeds rechtsgeldig en bindend is. Belanghebbende had onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om aan te tonen dat hij niet in Nederland sociaal verzekerd was. Ook de stelling dat Nederland teruggetreden zou zijn of dat er sprake was van begunstigend beleid werd verworpen.
Verder werd het beroep afgewezen dat België op grond van het belastingverdrag bevoegd zou zijn tot heffing, omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de werkelijke leiding van de exploitant van het schip in België was gevestigd. De rechtbank erkende de lastige positie van belanghebbende, maar kon op grond van de wetgeving niet afwijken van de geldende regels. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.