Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
- bepaalt dat de stukken die zijn aangeduid met D60 tot en met D88 niet zijn aan te merken als op de zaak betrekking hebbende stukken in de zin van artikel 8:42 van Pro de Awb;
- wijst het verzoek van de inspecteur om beperkte kennisneming van de diverse stukken voor zover het de naam en de directe personalia-gegevens van de tipgever betreft toe;
- wijst het verzoek van de inspecteur om beperkte kennisneming van de verklaring van de tipgever (bijlage 4E) toe;
- wijst het verzoek van de inspecteur om beperkte kennisneming van het memo “Tipgever Luxemburg” (bijlage 4A) en het plan van aanpak toe;
- wijst het verzoek van de inspecteur om beperkte kennisneming van het proces-verbaal FIOD-ECD (bijlage 4C) toe;
- wijst het verzoek van de inspecteur om beperkte kennisneming van de overeenkomst met de tipgever (bijlage 4B) af, met uitzondering van de gegevens vermeld in 4.14 en 4.15, tweede alinea;
- wijst het verzoek van de inspecteur om beperkte kennisneming van de ambtsedige verklaring G1-01 (Bijlage 4D) toe, met uitzondering van de gegevens vermeld in 4.18, eerste alinea;
- wijst het verzoek van de inspecteur om beperkte kennisneming van de ambtsedige verklaring AH-3 (Bijlage 4H) toe, met uitzondering van de gegevens vermeld in 4.19;
- wijst het verzoek van de inspecteur om beperkte kennisneming van de ambtsedige verklaring van 16 maart 2012 met bijlagen (Bijlage 4I) toe;
- wijst het verzoek van de inspecteur om beperkte kennisneming van de memo’s (Bijlage 4F en 4G) toe;
- wijst het verzoek van de inspecteur om beperkte kennisneming van de door de tipgever aangeleverde stukken D-28 tot en met D-59 toe;
- stelt de inspecteur in de gelegenheid om binnen 4 weken na de verzenddatum van deze uitspraak de geschoonde stukken over te leggen met uitzondering van de passages in de stukken ter zake waarvan het verzoek om beperkte kennisneming is toegewezen.