Belanghebbende voerde in zijn aangifte inkomstenbelasting 2013 onderhoudskosten op voor zijn rijksmonumentale woning en bijbehorende tuin. De inspecteur wees de aftrek grotendeels af wegens onvoldoende onderbouwing en kwalificatie van kosten als huurderslasten of niet-monumentale onderdelen.
De rechtbank stelde vast dat de tuin als zelfstandig monumentaal onderdeel is ingeschreven en dat een deel van de onderhoudskosten aftrekbaar is, maar dat de kosten voor de schutting en tuinmuur niet als monumentaal onderdeel gelden en dus niet aftrekbaar zijn. Ook werden de kosten voor bliksembeveiliging als onderdeel van het hoofdgebouw wel aftrekbaar geoordeeld, in tegenstelling tot de brandbeveiliging.
De rechtbank oordeelde dat een bedrag van € 8.188,49 aan onderhoudskosten aannemelijk was gemaakt, verminderd met ontvangen subsidies, en dat 80% van het restant aftrekbaar is. De aanslag werd dienovereenkomstig verminderd en de belastingrente aangepast. Tevens werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.