ECLI:NL:RBZWB:2020:1121
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woonwagen wegens hennephandel
Verzoekster is eigenaar van een woonwagen waar op 16 november 2019 een politieonderzoek plaatsvond. Hierbij werden 1000,2 gram hennep en hennepresten aangetroffen, wat volgens de Opiumwet kwalificeert als handelshoeveelheid. De burgemeester legde daarop een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woonwagen en het erf voor zes maanden. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was op grond van artikel 13b van de Opiumwet, omdat de hoeveelheid hennep ruim boven de grens voor eigen gebruik lag en verzoekster het tegendeel niet aannemelijk had gemaakt. De woonwagen werd als lokaal aangemerkt, omdat deze niet feitelijk werd bewoond en afgesloten was van elektriciteit. De burgemeester mocht ook het erf en de schuur sluiten vanwege de samenhang met de woonwagen.
De burgemeester had het belang van de openbare orde en veiligheid meegewogen, mede gezien eerdere vondsten van hennep en een handgranaat op het terrein. Het beroep op détournement de pouvoir werd verworpen. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het algemeen belang bij sluiting zwaarder woog dan het belang van verzoekster. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woonwagen en het erf wordt afgewezen.