ECLI:NL:RBZWB:2021:1898
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op kinderbijslag wegens ontbreken geldige verblijfsvergunning
Eiseres, afkomstig uit Nigeria en verblijvend in Nederland op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning vanwege mensenhandel, ontving kinderbijslag voor haar in Nederland verblijvende zoon. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) beëindigde het recht op kinderbijslag per het vierde kwartaal van 2019, omdat eiseres geen geldige verblijfsvergunning meer had na intrekking door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND).
Eiseres stelde dat zij rechtmatig verbleef omdat zij bezwaar had gemaakt tegen de intrekking en een nieuwe aanvraag had ingediend. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar schorsende werking heeft, maar het beroep niet, waardoor eiseres na de beslissing op bezwaar (15 augustus 2019) geen rechtmatig verblijf meer had. Het feit dat zij een verzoek om voorlopige voorziening had lopen, bood geen rechtsgrond voor rechtmatig verblijf.
De rechtbank concludeerde dat eiseres op de peildatum 1 oktober 2019 niet voldeed aan de verzekeringsvoorwaarden voor kinderbijslag. De nieuwe aanvraag van 25 oktober 2019 was niet relevant voor de beoordeling. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van de SVB bevestigd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van kinderbijslag bevestigd.