ECLI:NL:RVS:2002:AE6645
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake vreemdelingenbewaring wegens onrechtmatige rechtmatigheidstoets
Bij besluit van 18 maart 2002 werd appellante in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdelinge gegrond en hechtte aan artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 dat de bewaring onrechtmatig was, waarna de maatregel werd opgeheven. De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, evenals de vreemdelinge, die echter te laat was.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de vreemdelinge rechtmatig verblijf had op grond van een rechterlijke beslissing in afwachting van een beroepschrift, terwijl dit niet in de wettelijke opsomming van artikel 8 Vw Pro 2000 is opgenomen. Tevens ontbrak in de uitspraak een vermelding van de geschonden rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel.
De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond en dat van de vreemdelinge niet-ontvankelijk. De bewaring was gegrond vanwege het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs, het niet naleven van vertrektermijn en het vermoeden van vluchtgevaar. Het beroep bij de rechtbank werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris is gegrond verklaard, het hoger beroep van de vreemdelinge niet-ontvankelijk, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.