Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende, een verzekeringsmaatschappij die in 2016 haar [leeftijd]-jarig bestaan vierde, besloot in december 2015 een bedrag per verzekerde uit te keren in 2016 als jubileumuitkering. De directie en raad van commissarissen namen dit besluit intern, zonder externe kenbaarheid voor de balansdatum 31 december 2015.
Belanghebbende bracht in haar aangifte vennootschapsbelasting 2015 een buitengewone last van € 11.934.000 in mindering, gerelateerd aan deze uitkering, en vormde een voorziening op de balans. De inspecteur accepteerde dit niet en legde een aanslag op zonder deze last. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor een juridisch afdwingbare verplichting bij belanghebbende lag en dat deze niet was voldaan omdat het besluit slechts intern was en leden nog geen afdwingbare rechten hadden. Daarnaast werd geoordeeld dat de uitgaven niet aan de periode voorafgaand aan 31 december 2015 konden worden toegerekend, omdat de uitkering verband hield met het jubileum in 2016 en alleen verzekerden in dat jaar ervoor in aanmerking kwamen.
Ook het verzoek tot matiging van belastingrente werd afgewezen, omdat de inspecteur zorgvuldig had gehandeld en de rente het gevolg was van een onjuiste aangifte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting 2015 wordt gehandhaafd zonder aftrek van de buitengewone last.