Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
.
2.Feiten
“fiscale aspecten aangaande uw onroerende zaken die aan vennootschap(pen) ter beschikking zijn gesteld (bedrijfspand [adres 1] te [plaats X] en de loods [adres 2] België)”.
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Griffierecht en proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de navorderingsaanslag IB/PVV 2011;
- vernietigt de navorderingsaanslag IB/PVV 2012;
- vernietigt de beschikking belastingrente bij de navorderingsaanslag IB/PVV 2012;
- vernietigt de boetebeschikking bij de navorderingsaanslag IB/PVV 2012;
- vernietigt de verliesverrekeningsbeschikking bij de navorderingsaanslag IB/PVV 2012;
- vernietigt de verliesvaststellingsbeschikking bij de navorderingsaanslag IB/PVV 2012;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV 2013 tot een aanslag naar een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 34.422;
- vermindert de beschikking belastingrente bij de navorderingsaanslag IB/PVV 2013 dienovereenkomstig;
- vernietigt de boetebeschikking bij de navorderingsaanslag IB/PVV 2013;
- veroordeelt de minister tot vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 1.125;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 46 aan deze vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: