Eiser ontvangt sinds 2014 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Het college startte in januari 2019 een onderzoek naar de rechtmatigheid van deze uitkering, omdat eiser hoge huurlasten had zonder recht op toeslagen en geen woonkostentoeslag ontving. Uit bankafschriften bleek dat eiser tussen juni 2018 en januari 2019 naast de uitkering € 3.287,00 aan giften ontving die niet waren gemeld.
Het college herzag de uitkering over deze periode en legde een terugvordering op van € 3.497,10 bruto over 2018 en € 195,00 netto over 2019. Eiser maakte bezwaar en voerde aan dat de giften waren gebruikt voor huur en levensonderhoud en dat hij niet anders kon vanwege zijn financiële situatie en zorg voor minderjarige kinderen.
De rechtbank oordeelt dat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden door de giften niet te melden. Het college heeft de bewijslast voor de herziening en terugvordering correct gedragen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij ondanks de giften recht had op volledige bijstand. Ook zijn financiële omstandigheden vormen geen dringende reden om terugvordering te voorkomen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt de herziening en terugvordering van de bijstandsuitkering. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.