ECLI:NL:RBZWB:2021:643
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet
Verzoekers dienden op 6 april 2020 een aanvraag in voor een bijstandsuitkering bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gilze en Rijen. Het college weigerde de uitkering op 17 november 2020, omdat verzoekers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij in bijstandsbehoevende omstandigheden verkeerden.
De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang gelet op de dreigende woninguitzetting en stelde vast dat verzoekers veel schulden en betalingsachterstanden hadden. Het college betwijfelde echter de verklaringen van verzoekers over hun financiële situatie, met name vanwege nachtelijke betalingen en geldopnames die niet strookten met een bijstandsbehoevende situatie. Verzoekers konden deze gedragingen onvoldoende verklaren.
Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en de stelling dat dringende redenen tot bijstandverlening bestonden, werden verworpen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college terecht het recht op bijstand niet kon vaststellen en dat het verzoek om een voorlopige voorziening daarom moest worden afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de weigering van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.