Eiser heeft zorgtoeslag voor 2019 aangevraagd, maar de Belastingdienst stelde het recht op toeslag op nihil en vorderde € 2.023,- terug. Eiser maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard, waarna beroep werd ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank overweegt dat de Belastingdienst bij het vaststellen van het recht op toeslag gebonden is aan de inkomens- en vermogensgegevens uit de Basisregistratie Inkomen (BRI). De grondslag sparen en beleggen van eiser en zijn partner overschrijdt de wettelijke grens, waardoor de nihilstelling terecht is.
Het bestreden besluit bevatte echter geen belangenafweging bij de terugvordering, wat een motiveringsgebrek oplevert. Dit leidt tot vernietiging van het besluit, maar de rechtbank laat de rechtsgevolgen in stand omdat de terugvordering op goede gronden is gebaseerd en eiser geen bijzondere omstandigheden heeft gesteld.
De rechtbank draagt de Belastingdienst op het griffierecht aan eiser te vergoeden. Hoger beroep is mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van het vonnis.