Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.2.1 Bankgegevens
De bewezenverklaring.
in de periode van 26 januari 2017 tot en met 31 januari 2017 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of vervaardigd een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst 1;
in de periode van 11 november 2016 tot en met 31 januari 2017 in Nederland,
in de periode van 11 november 2016 tot en met 31 januari 2017 te [plaats 1] en [plaats 2] en [plaats 3] , heeft deelgenomen aan een organisatie die werd gevormd door verdachte en anderen, te weten
hij op of omstreeks 28 januari 2017 te [plaats 2] tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1000 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op of omstreeks 28 januari 2017 te [plaats 2] een of meer wapens van categorie III, te weten een vuurwapen (met geluiddemper) merk Baikal, type Makarov IZH 71, van categorie III voorhanden heeft gehad;”.
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar uitsluitend voor zover deze betrekking hebben op de boetebeschikkingen;
- matigt de vergrijpboetes tot € 28.661 voor 2015 en tot € 55.122 voor 2016.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: