ECLI:NL:RBZWB:2022:3056
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sluiting woning wegens grootschalige drugshandel ondanks vrijspraak huurder
De burgemeester legde op 2 oktober 2020 een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning van eiser voor zes maanden vanwege de vondst van 3.730 gram amfetamine en materialen voor drugshandel. Eiser, huurder sinds 2013, werd in een strafzaak vrijgesproken omdat het bezit van de drugs niet wettig en overtuigend was bewezen. Desondanks handhaafde de burgemeester het besluit en verklaarde het bezwaar van eiser ongegrond.
De rechtbank oordeelt dat de burgemeester bevoegd was op grond van artikel 13b van de Opiumwet en dat het Damoclesbeleid van toepassing is. De hoeveelheid harddrugs kwalificeert als een zeer ernstig geval. De burgemeester heeft voldoende gemotiveerd dat sluiting noodzakelijk was ter bescherming van het woon- en leefklimaat en de openbare orde, mede vanwege meldingen van drugsgerelateerde overlast en het feit dat de woning een rol vervulde in de drugshandel.
Hoewel eiser stelde geen verwijt te treffen en een beroep deed op zijn persoonlijke omstandigheden en het ne bis in idem-beginsel, acht de rechtbank dat eiser toezicht had moeten houden op de woning. De vrijspraak in de strafzaak sluit bestuurlijke handhaving niet uit. De gevolgen voor eiser, waaronder ontbinding van de huurovereenkomst en medische omstandigheden, wegen niet zwaarder dan het algemeen belang. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de sluiting van zijn woning wegens drugshandel wordt ongegrond verklaard en de sluiting van zes maanden bevestigd.