ECLI:NL:RBZWB:2022:4145
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen en vergrijpboetes inkomstenbelasting en Zvw 2014-2016
Belanghebbende is door de inspecteur navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw opgelegd over de jaren 2014 tot en met 2016, inclusief vergrijpboetes en belastingrente. De inspecteur baseerde de aanslagen op een boekenonderzoek dat een negatief netto privé aan uitgaven ten opzichte van opgegeven inkomsten aantoonde.
Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen de aanslagen en boetes, onder meer vanwege vermeende onvolledigheid van stukken en onvoldoende motivering. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur niet alle stukken heeft overgelegd, maar dit leidt niet tot andere gevolgen dan de constatering. De motivering van de aanslagen is voldoende.
De rechtbank stelt vast dat sprake is van een nieuw feit (de uitkomsten van het boekenonderzoek) dat navordering rechtvaardigt. De bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard omdat belanghebbende aanzienlijke inkomsten niet heeft opgegeven, wat zij zich bewust was. De inspecteur heeft een redelijke schatting gemaakt op basis van vermogensvergelijkingen en kasopstellingen.
Belanghebbende heeft onvoldoende tegenbewijs geleverd. De navorderingsaanslagen blijven daarom in stand. De vergrijpboetes zijn terecht opgelegd wegens (voorwaardelijk) opzet, maar worden verminderd tot maximaal 50% en ambtshalve gematigd met 15% vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De belastingrente wordt in stand gelaten. De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2014-2016 blijven in stand; vergrijpboetes worden verminderd en gematigd wegens termijnoverschrijding.