Belanghebbende, een stichting die docenten inzet bij basisscholen, werd door de inspecteur een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd over de periode 2015-2019. De inspecteur stelde dat de diensten van belanghebbende niet vrijgesteld waren van OB omdat sprake was van het ter beschikking stellen van personeel en niet van het verzorgen van onderwijs. Belanghebbende voerde aan dat zij onderwijsdiensten verleende en niet personeel uitleende.
De rechtbank oordeelde dat de docenten in een verhouding van ondergeschiktheid tot belanghebbende staan en dat de aard van de diensten van belanghebbende bepalend is. De overeenkomst met scholen wijst op het ter beschikking stellen van personeel, waarbij de docent onder verantwoordelijkheid van de school valt. De vrijstelling voor onderwijsdiensten is daarom niet van toepassing.
Verder zijn de opgelegde verzuimboeten terecht, maar worden deze ambtshalve met 5% verminderd wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard, de naheffingsaanslag en belastingrente blijven in stand, en de boeten worden verminderd tot €25.070.