Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
- over het jaar 2013 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV), berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 89.963 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 3.391, een vergrijpboete van € 16.166 en belastingrente van € 5.424;
- over het jaar 2013 een navorderingsaanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw), berekend naar een bijdrage-inkomen van € 50.853 en belastingrente van € 482;
- over het jaar 2014 een navorderingsaanslag IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 23.344, een vergrijpboete van € 524 en belastingrente van € 133;
- over het jaar 2014 een navorderingsaanslag Zvw, berekend naar een bijdrage-inkomen van € 4.559 en belastingrente van € 31;
- over het jaar 2015 een navorderingsaanslag IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 256.841, een vergrijpboete van € 59.209 en belastingrente van € 10.394;
- over het jaar 2015 een navorderingsaanslag Zvw, berekend naar een bijdrage-inkomen van € 51.976 en belastingrente van € 221.
- over het jaar 2013 een navorderingsaanslag IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 76.699 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 1.573, een vergrijpboete van € 15.160 en belastingrente van € 5.486;
- over het jaar 2013 een navorderingsaanslag Zvw, berekend naar een bijdrage-inkomen van € 50.853 en belastingrente van € 482;
- over het jaar 2014 een navorderingsaanslag IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 3.642 en belastingrente van € 61;
- over het jaar 2014 een navorderingsaanslag Zvw, berekend naar een bijdrage-inkomen van € 4.559 en belastingrente van € 31;
- over het jaar 2015 een navorderingsaanslag IB/PVV, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 236.303, een vergrijpboete van € 57.262 en belastingrente van € 10.171;
- over het jaar 2015 een navorderingsaanslag Zvw, berekend naar een bijdrage-inkomen van € 51.976 en belastingrente van € 221.
- over het jaar 2013 de navorderingsaanslag Zvw verlaagd tot een navorderingsaanslag berekend naar een bijdrage-inkomen van € 32.451 en belastingrente van € 307;
- over het jaar 2015 de navorderingsaanslag Zvw verlaagd tot een navorderingsaanslag berekend naar een bijdrage-inkomen van € 33.069 en belastingrente van € 140.
2.Feiten
De stacaravan en de hierin aanwezige inboedel als totaal verloren worden beschouwd;
Bij het begroten van de opstalschade is overeenkomstig de polisvoorwaarden uitgegaan van de dagwaarde van de caravan;
(…)
Bij het begroten van de inboedel schade is uitgegaan van de waarderingen conform de bepalingen van de nieuwwaarderegeling;
[Mevrouw] op 12 juli 2013 voor 8 dagen alleen (….) op vakantie geweest (…). Het factuurbedrag ad.€ 1.522,20is op 8 juli 2013 contant betaald;
[belanghebbenden] op 23 oktober 2015 voor 8 dagen (…) op vakantie zijn geweest (…). Het factuurbedrag ad.€ 2.107,00is contant betaald.
3.Geschil
4.Beoordeling door de rechtbank
- belanghebbenden hebben de juistheid van het gehanteerde begin- en eindsaldo contant geld niet bestreden;
- het bedrag dat aan legale contante ontvangsten inclusief bankopnamen in aanmerking is genomen is, gezien de in 2.3 genoemde bij de Belastingdienst bekende inkomsten, alleszins redelijk;
- aan de kasopstelling liggen objectieve en verifieerbare gegevens over contante inkomsten en uitgaven ten grondslag, te weten: rekeningafschriften, tijdens de doorzoeking van de stacaravan/het chalet op de camping te [plaats] aangetroffen bescheiden, taxatierapporten die zijn opgesteld door gecertificeerde taxateurs, de uitkomsten van derdenonderzoeken, stukken uit de strafdossiers van belanghebbenden en algemene Nibud-gegevens voor levensonderhoud;
- nu belanghebbenden, gelet op hetgeen hierna in 4.2.3 is overwogen, geen andere plausibele inkomensbron hebben aangevoerd, is aannemelijk dat zij niet-aangegeven inkomen in contanten hebben verdiend.
- de contante terugbetaling van de lening, van € 50.000, in 2013 (zie pagina’s 5 en 6 van deze uitspraak). Er is een overeenkomst van geldlening tussen meneer en de privé persoon van wie het geld geleend is, meneer heeft de contante terugbetaling van de lening gedaan en meneer heeft verklaard dat hij zelf toch geld genoeg thuis had liggen;
- de aanschaf van de caravan / het chalet op vakantiepark [vakantiepark], van € 40.650, in 2015 (zie pagina’s 8 en 9 van deze uitspraak). Meneer heeft de caravan / het chalet gekocht, meneer heeft een verzekering afgesloten voor de caravan / het chalet en meneer heeft na het afbranden van de caravan / het chalet de uitkering van de verzekeringsmaatschappij op zijn bankrekening ontvangen.
5.Conclusie en gevolgen
6.Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond, behalve voor zover het de boetebeschikking IB/PVV 2013 (de zaak met zaaknummer 19/6604) en de boetebeschikking IB/PVV 2015 betreft (de zaak met zaaknummer 19/6608);
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover deze betreffen de boetebeschikking IB/PVV 2013 en de boetebeschikking IB/PVV 2015;
- handhaaft de navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2013 tot en met 2015 en de daarbij gegeven rentebeschikkingen;
- vermindert de boete IB/PVV 2013 tot € 8.500 en vermindert de boete IB/PVV 2015 tot € 15.725;
- verklaart de beroepen ongegrond, behalve voor zover het de boetebeschikking IB/PVV 2013 (de zaak met zaaknummer 19/6610) en de boetebeschikking IB/PVV 2015 betreft (de zaak met zaaknummer 19/6614);
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover deze betreffen de boetebeschikking IB/PVV 2013 en de boetebeschikking IB/PVV 2015;
- vernietigt de boetebeschikkingen IB/PVV 2013 en IB/PVV 2015;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: