ECLI:NL:RBZWB:2022:5653
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende duidelijkheid over contante stortingen en leningen
Eiser heeft een aanvraag om bijstandsuitkering ingediend, maar het college heeft deze afgewezen omdat eiser onvoldoende duidelijkheid gaf over contante stortingen op zijn bankrekening en leningen van familie en vrienden. Eiser voerde aan dat de stortingen afkomstig waren van creditcardopnames en leningen, maar kon dit niet volledig aannemelijk maken.
De rechtbank beoordeelde dat eiser niet voldeed aan zijn medewerkingsplicht om de financiële situatie voldoende inzichtelijk te maken. De verklaringen over leningen waren onvoldoende concreet en controleerbaar, en de relatie tussen creditcardopnames en stortingen was niet volledig overtuigend. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
De rechtbank concludeerde dat het college op goede gronden de aanvraag heeft afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijkheid van de bijstandbehoefte door gebrek aan bewijs over contante stortingen en leningen.