ECLI:NL:RBZWB:2022:5850
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen bestuurlijke boete wegens niet tijdig voldoen aan inburgeringsplicht
Eiseres was inburgeringsplichtig en moest voor 8 december 2017 aan deze plicht voldoen. Na meerdere herinneringen en verzoeken om verlenging vanwege persoonlijke omstandigheden, waaronder medische problemen binnen het gezin, heeft de minister uiteindelijk een bestuurlijke boete van € 1.250,- opgelegd wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht.
Eiseres voerde aan dat zij door haar medische klachten, taalachterstand en maatschappelijke achterstand, evenals de problematiek binnen haar gezin, niet verwijtbaar tekort is geschoten. Tijdens de bezwaarprocedure kon zij niet voldoen aan verzoeken om aanvullende informatie vanwege sluiting van het Bureau Sociaal Raadslieden door corona.
De rechtbank oordeelt dat de minister zorgvuldig heeft gehandeld door om aanvullende stukken te verzoeken en dat het niet voldoen aan dit verzoek voor risico van eiseres komt. De rechtbank acht de boete in overeenstemming met het beleid en evenredig. De door eiseres aangevoerde bijzondere omstandigheden zijn onvoldoende onderbouwd om verwijtbaarheid te ontkennen of te matigen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst zij een proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht wordt ongegrond verklaard.