ECLI:NL:RBZWB:2022:886
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens beëindigd rechtmatig verblijf
Eiseres, met de Nigeriaanse nationaliteit, verbleef in Nederland op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) met terugwerkende kracht werd ingetrokken per 28 maart 2018. Ondanks een lopende bezwaarprocedure werd haar bijstandsuitkering vanaf 15 augustus 2019 ingetrokken, te veel betaalde bijstand teruggevorderd en haar aanvraag voor bijzondere bijstand voor griffierecht afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat eiseres vanaf 15 augustus 2019 niet meer voldeed aan de voorwaarden voor recht op bijstand omdat zij niet langer rechtmatig verbleef, nu de gelijkstelling aan een Nederlander ophield te bestaan na de bezwaarperiode. Het college handelde binnen haar bevoegdheid bij het intrekken van de uitkering en het terugvorderen van de teveel betaalde bijstand. Ook de afwijzing van de bijzondere bijstand voor griffierecht is terecht, omdat eiseres geen recht meer had op bijstand.
De beroepen worden ongegrond verklaard. De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling toe wegens betalingsonmacht, waardoor de beroepen ontvankelijk zijn. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen het intrekken van de bijstand, de terugvordering en de afwijzing van bijzondere bijstand worden ongegrond verklaard.