Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Onderbouwing van het redelijk vermoeden van fiscale fraude
10 pcs Cummins Engine", voor een prijs van US$ 1.000 per stuk.
4 pcs Cummins Engine"; voor een prijs van US$ 2.000 per stuk.
4.Redelijk vermoeden fiscale fraude
.Tijdens de inval wordt een woonruimte gevonden in het bedrijfspand. Verder worden de laptop en telefoon van [bestuurder] gevonden en de bedrijfsstempels van [eenmanszaak] en [holding].
:
rechtbank]
rechtbank]
rechtbank]
rechtbank] nemen zij hun intrek in de in opdracht van [[naam 2]] gebouwde woning op het adres [adres 2] te [plaats 9], Duitsland.
rechtbank]
rechtbank]
.4.3.1 [[naam 2]] verzorgt mede de inkoop van [belanghebbende]:
nietuit het feit dat meerdere afnemers zowel met als zonder die tussenschakel zaken doen als ze artikelen uit de voorraad van [belanghebbende] willen kopen. De verklaringen van [[bestuurder]] zijn op dit punt niet concreet. Bovendien is de betrokkenheid van [[naam 2]] en die van [[bestuurder]] bij [belanghebbende] dermate groot dat het ook mogelijk was om mét bemoeienis van [[naam 2]] rechtstreeks door [belanghebbende] te laten factureren aan de uiteindelijke afnemers.
rechtbank]
rechtbank]
rechtbank] verklaarde:
V: Hoe werkt het dan met de gelden?
3.447.392
3.3 Uitgaande goederenstroom
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
Above reasons for the 2nd Hoorzitting, not for 83% but for other points”) vormt klaarblijkelijk de interpretatie van [bestuurder] van hetgeen is voorgevallen tijdens de hoorzitting; nergens blijkt uit dat de inspecteur heeft toegezegd dat het tijdens een nadere hoorzitting niet meer zou gaan over de winstdeling die volgens belanghebbende besloten ligt in de [X 3] en dat de inspecteur het brutowinstpercentage zou bijstellen naar 83. Anders dan belanghebbende bepleit, kan voor die stelling evenmin steun worden gevonden in het e-mailbericht van inspecteur Wohrmann van 8 februari 2019 aan de heer [advocaat] (de nieuwe advocaat van [bestuurder]), omdat daarin slechts veronderstellenderwijs rekening wordt gehouden met “een aantal “once in a lifetime” deals”. Ook uit deze e-mail kan dus niet worden afgeleid dat door de inspecteur een onvoorwaardelijke toezegging is gedaan een brutowinstpercentage van 83 te hanteren.
5.Proceskosten en griffierecht
6.Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toe;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 807,69;
- veroordeelt de Staat (de minister voor Rechtsbescherming) tot vergoeding van immateriële schade tot een bedrag van € 2.692,31;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 627,75;
- veroordeelt de Staat (de minister voor Rechtsbescherming) in de proceskosten van belanghebbende voor een bedrag van € 627,75;
- bepaalt dat de inspecteur de helft van het door belanghebbende betaalde griffierecht aan deze vergoedt, zijnde een bedrag van € 172,50; en
- bepaalt dat de Staat (de minister voor Rechtsbescherming) de helft van het door belanghebbende betaalde griffierecht aan deze vergoedt, zijnde een bedrag van € 172,50.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: