3.4.2Persoonlijke en zakelijke verwevenheid [ [naam 2] ] en [ [naam 1] ]
Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat er een zeer sterke verwevenheid is tussen [ [naam 2] ] en [ [naam 1] ]. Dit wordt door hen zelf betwist.
(…)
Op basis van de volgende omstandigheden wordt een nauwe zakelijke verwevenheid tussen [ [naam 1] ] en [ [naam 2] ] vermoed (niet limitatief):
[hof: passage zwart gelakt]
b. [ [naam 1] ] geeft zich meermaals uit als manager van [ [naam 2] ] eenmanszaak [ [bedrijf 7] ];
c. [ [naam 2] ] verzorgt mede de inkoop van [belanghebbende] ;
d. [ [naam 2] ] bepaalt mede de verkoopprijzen van [belanghebbende] ;
e. [ [naam 2] ] en [ [naam 1] ] deelden in de winst van [ [bedrijf 7] ];
f. Boekhouding van hun verschillende bedrijven is aangetroffen op doorzoekingslocaties;
g. [ [naam 1] ] verzorgt de mailcorrespondentie voor [ [naam 2] ];
h. [ [naam 1] ] verzorgt alle bankbetalingen voor [ [naam 2] ];
i. [ [naam 1] ] en [ [naam 2] ] wisselen elkaar af in aandeelhouderschap of bestuurdersfunctie bij hun bedrijven.
j. Een voorgenomen verdeling en verrekening van banksaldi en -opnames heeft nooit plaatsgevonden
(…)
Levensloop [ [naam 2] ] en [ [naam 1] ] samen
De levensloop van [ [naam 2] ] en [ [naam 1] ] samen start rond 1989. [ [naam 2] ] en [ [naam 1] ] leerden elkaar eerder kennen. Dat was in 1975, vermoedelijk tijdens een zakenreis van [ [naam 2] ] in Taiwan.
[hof: passage zwart gelakt]
[ [naam 2] ] verklaarde in zijn zevende verhoor dat hij in 1990 slechts enkele maanden getrouwd is geweest met [ [naam 1] ].
Zoals eerder vermeld beschikt het onderzoeksteam over een uittreksel van het Taiwanees bevolkingsregister waarop een huwelijk staat vermeld tussen 1992 en 2007.
De Taiwanese autoriteiten hebben dit huwelijk bevestigd in een informatieverstrekking en gesteld dat de echtscheiding tussen [ [naam 2] ] en [ [naam 1] ] vermoedelijk vals (“fake”) is.
[hof: passage zwart gelakt] nemen zij hun intrek in de in opdracht van [ [naam 2] ] gebouwde woning op het adres [adres 1] te [plaats 6] , Duitsland.
Op 30 augustus 2001 wordt er een bedrijfspand gekocht op de [adres 2] te [vestigingsplaats] voor de vestiging van [ [belanghebbende] ].
Uit het onderzoek is gebleken dat er een woonruimte is gecreëerd in dit pand waar [ [naam 1] ] en [ [naam 2] ] gebruik van maken als zij in Nederland verblijven. Tijdens hun aanhouding was deze woonruimte door hen als zodanig in gebruik. Het gebruik van dergelijke woonruimte is overigens in strijd met het aldaar geldende bestemmingsplan.
(…)
Boekhouding van hun verschillende bedrijven aangetroffen op doorzoekingslocaties
Gedurende het onderzoek zijn diverse locaties onderworpen aan een doorzoeking ter inbeslagname. Op 19 maart 2017 heeft er een doorzoeking plaatsgevonden in het bedrijfspand van [belanghebbende] te [vestigingsplaats] . Op 10 oktober 2017 heeft hier wederom een doorzoeking plaatsgevonden.
Op 10 oktober is tevens een doorzoeking ter inbeslagname verricht in de woning van [ [naam 1] ] en [ [naam 2] ] te [plaats 6] (DE).
Tijdens de verschillende doorzoekingen is administratie aangetroffen van diverse bedrijven. In het bedrijfspand en woongedeelte te [vestigingsplaats] werd o.a. aangetroffen:
- fysieke en digitale administratie van [belanghebbende] ;
- fysieke en digitale administratie van [bedrijf 5] ;
- digitale en fysieke administratie van [ [bedrijf 7] ];
In de woning te [plaats 6] (DE) werd o.a. aangetroffen:
Administratie van [ [bedrijf 7] ];
Persoonlijke administratie van [ [naam 1] ] en [ [naam 2] ].
Op de bedrijfslocatie aan de [adres 2] te [vestigingsplaats] zijn volgens de Kamer van Koophandel alleen de bedrijven [ [belanghebbende] ], [bedrijf 5] BV en [bedrijf 6] gevestigd.
(…)
3.4.3Bemoeienis [ [naam 2] ] met bedrijfsvoering [belanghebbende]
3.4.3.1 [ [naam 2] ] verzorgt mede de inkoop van [belanghebbende]:
Uit verklaringen en documenten betreffende de boekhouding van [belanghebbende] blijkt dat [ [naam 2] ] betrokken was bij de inkoop en voorraadbepaling van dit bedrijf. Dit is opmerkelijk, omdat [ [naam 2] ] nooit een functie heeft bekleed bij dit bedrijf. Sterker nog, [ [naam 1] ] verklaarde dat zij vanuit dit bedrijf handelt met haar onafhankelijke zakelijke partner [ [bedrijf 7] ] ([ [naam 2] ]).
De administrateur/boekhouder van [belanghebbende], [getuige 1] , verklaarde hierover tijdens zijn 3e verhoor. In dit verhoor is met hem het hele administratieve in- en verkoopproces van [belanghebbende] doorgenomen.
[getuige 1] verklaarde onder andere:
“Bij de non licensed goederen kwam [ [naam 2] ] in beeld. Hij gaf mij door wat de inkoopwaarde was van een bepaald item op de voorraad.”
V: Waarom moest [ [naam 2] ] kijken naar de inkoop van [belanghebbende] , [ [naam 2] ] was toch niet betrokken bij [belanghebbende] ?
A: Precies zoals ik al zei, [ [naam 2] ] kent de waarde van de goederen en weet waarvoor er wordt ingekocht. Het gaat hier om strategische goederen, dit zijn bijna altijd motoren en [ [naam 1] ] weet het verschil niet te maken tussen de verschillende motoren.
V: Dus met andere woorden, [ [naam 2] ] was dus actief betrokken en nodig bij de voorraadbepaling van goederen van [belanghebbende] ?
A: Ja, dat volgt uit het feit dat hij naar die invoices moest kijken. Hij moest kijken waar de ingekochte goederen moesten worden bijgeschreven of de verkochte worden afgeschreven in de voorraadlijst. Dit volgt ook uit het telefoongesprek.
V. Was dit systeem altijd al zo, dat [ [naam 2] ] dit zo bepaalde?
A: Ja volgens mij wel, hij heeft volgens mij in 2006/2007 deze nieuwe voorraadlijsten ook opgesteld, of waarschijnlijk samen met [ [naam 1] ].
In bovenstaande passage wordt verwezen naar een telefoongesprek. Dit betreft een tweetal tapgesprekken waarin [ [naam 1] ] en [getuige 1] afspreken dat [ [naam 2] ] gaat kijken naar facturen zodat deze in de voorraad verwerkt konden worden.
[getuige 1] verklaarde samengevat dat [ [naam 2] ] de inkoopwaarde aan hem doorgaf van items op de voorraad van [belanghebbende] . [getuige 1] verklaarde dat [ [naam 2] ] dit met een potloodaantekening aangaf op verkoopfacturen van [belanghebbende] . Deze aantekeningen corresponderen met de goederen op de voorraadlijsten. (…)
Volgens [getuige 1] was [ [naam 2] ] degene die verstand van de goederen had die daadwerkelijk in de loods lagen, omdat [ [naam 2] ] ook de inkoop deed.
(…)
[ [naam 1] ] bevestigt dat [ [naam 2] ] betrokken was bij de inkoop van [belanghebbende] :
“Een jaar later ben ik naar [plaats 5] gegaan en heb ik het bedrijf [belanghebbende] daar opgericht. [ [naam 2] ] had daar al zijn eigen bedrijf, [bedrijf 14] . [ [naam 2] ] is heel goed in zaken doen. Hij weet alles uit zijn hoofd en kent heel veel mensen. Hij bepaalt de inkoop en verkoopprijs altijd zelf in onze branche. [ [naam 2] ] deed soms de inkoop voor [belanghebbende] . Daarnaast deed ik zelf ook de inkoop voor [belanghebbende] . Indien [ [naam 2] ] een klant had voor goederen van [belanghebbende] , dan kocht hij die van [belanghebbende] . Vervolgens verkocht hij dat vanuit zijn bedrijf in Hong Kong aan de klant.”
(…)
3.4.3.2 [ [naam 2] ] bepaalt verkoopprijzen van [belanghebbende] :
Een soortgelijke handelswijze hebben wij kunnen vaststellen bij de verkoop van [belanghebbende] .
Het onderzoeksteam beschikt over diverse tapgesprekken waaruit blijkt dat [ [naam 2] ] (al dan niet in het bijzijn van [ [naam 1] ]) verkoopprijzen bepaalt van onderdelen.
In verschillende tapgesprekken informeert [ [naam 1] ] bij [ [naam 2] ] wat de prijs voor bepaalde onderdelen moet zijn.
(…)
[ [naam 1] ] verklaarde dat ze zich regelmatig laat adviseren over de verkoopprijs door [ [naam 2] ]. Ze zegt hierover:
“V: Wij laten u vastleggingen van drie tapgesprekken lezen.
Deze gaan over de verkoopprijzen.
Hadden deze gesprekken betrekking op prijzen voor [belanghebbende] of voor [bedrijf 7] ?
A: Deze hebben te maken met [belanghebbende] .
V: Is het dan zo dat [ [naam 2] ] de prijzen bepaalt voor [belanghebbende] ?
A: Ik vraag altijd aan [ [naam 2] ] wat de prijs is om te verkopen. Hij weet dat.
V. Wat is uw rol dan uiteindelijk?
A: Ik ben de baas van [belanghebbende] . Ik beslis en ik bepaal.
V: Geldt dat ook voor de verkoopprijs van [belanghebbende] ?
A: Ja, maar ik vraag soms wel wat de prijs kan zijn.
N: (…) De verdachte wil het volgende toevoegen op haar voorgaande antwoord:
“Over deze tapgesprekken kan ik zeggen dat het gaat om informatie en niet over transacties, wel over de markt voor koop en verkoop. Het zijn geen transacties, zover ik weet zijn ze niet tot stand gekomen. Ik vraag soms aan [ [naam 2] ] over de prijs waarvoor ik het kan verkopen, als advies. Het kan zijn dat ik meer wil hebben of de verkoopprijs verlaag. Ik maak zelf de beslissing voor [belanghebbende] .”
[ [naam 2] ] bevestigt dat hij zich bemoeit met de inkoop en verkoopprijzen van [belanghebbende] . De prijzen worden volgens hem bepaald in gezamenlijk overleg met [ [naam 1] ]. Wat er staat heeft hij ingekocht. (Opmerking verbalisanten: bedoeld zal zijn: wat er staat in het bedrijfspand van [belanghebbende] heeft [ [naam 2] ] ingekocht).
[ [naam 1] ] verklaarde dat ze over de prijs informeert bij [ [naam 2] ], maar dat de transacties waarover wordt gesproken niet tot stand zijn gekomen. Dit is zeer opmerkelijk in het licht van het hiervoor geschetste voorbeeld. De klant [klant] vraagt [ [naam 1] ] direct naar [ [naam 2] ] en sluit vervolgens met hem een deal. Deze deal blijkt vervolgens in de boekhouding van [belanghebbende] terug te komen.
Aan de andere kant verklaarde [ [naam 2] ] dat [ [naam 1] ] de prijzen van zijn bedrijf [ [bedrijf 7] ] mede bepaalt.
(…)
3.4.4.3 Meerdere klanten worden zowel vanuit [belanghebbende] als [ [bedrijf 7] ] gefactureerd
Volgens verklaringen van [ [naam 1] ] is het voor haar niet mogelijk om zaken te doen met sommige afnemers. Dergelijke afnemers hebben naar haar zeggen erg veel vertrouwen in [ [naam 2] ] en wensen uitsluitend met hem zaken te doen. Bijvoorbeeld:
“Een heel belangrijk punt is dat de mensen alleen met [ [naam 2] ] zaken willen doen, niet met mij. Dat is de hoofdzaak. Dat is het verschil. De mensen vertrouwen [ [naam 2] ] voor 100%. Ik weet dat het als vrouw in deze mannenhandel heel moeilijk is. Het maakt mij niet uit.
N: [ [naam 1] ] geeft aan dat zij iets wilt toevoegen. Zij verklaarde het volgende:
“Mijn zakelijke partner, [ [naam 2] ], is totaal niet afhankelijk van mij. Ik ben bijna helemaal afhankelijk van hem. Ik heb geen volmacht of machten over wat [ [naam 2] ] doet. Hij doet alles wat hij wil. Dezelfde [ [naam 2] ] heeft ook geen volmacht over mijn bedrijf. Doordat [ [naam 2] ] en ik elkaar allang kennen en hij vertrouwt mij en hij wil het mij gunnen. Daarom kan ik zaken doen en verdienen. Ik kan ook zien dat in het begin dat ik erg afhankelijk was van de zaken. De laatste jaren, 7 á 8 jaar, kon ik steeds meer zakelijke contacten overnemen of bouwen. De meeste mensen beginnen mij steeds meer te vertrouwen. Ik ben dus steeds minder afhankelijk geworden in de zaak.”
(…)
[ [naam 1] ] verklaarde dus dat het voor haar soms onmogelijk is om zaken te doen namens [ [belanghebbende] ] en dat daarom [ [naam 2] ] ( lees : [ [bedrijf 7] ]) als tussenschakel moet fungeren. Dit blijkt niet uit het feit dat meerdere afnemers zowel met als zonder die tussenschakel zaken doen als ze artikelen uit de voorraad van [belanghebbende] willen kopen. De verklaringen van [ [naam 1] ] zijn op dit punt niet concreet. Bovendien is de betrokkenheid van [ [naam 2] ] en die van [ [naam 1] ] bij [belanghebbende] dermate groot dat het ook mogelijk was om mét bemoeienis van [ [naam 2] ] rechtstreeks door [belanghebbende] te laten factureren aan de uiteindelijke afnemers.
Opvallend is dat zelfs voor de onderneming waarvan [ [naam 1] ] zwager eigenaar is, te weten [bedrijf 3] uit Taiwan, [ [bedrijf 7] ] als tussenschakel wordt ingezet. Hierdoor loopt [belanghebbende] winst mis.
[ [naam 1] ] verklaarde over haar zwager dat zij met hem samen in de jaren 70 een onderneming in Taiwan had. Ook hun zakenrelatie gaat dus al tientallen jaren terug. (…)
3.4.5 [[naam 2] ] en [ [naam 1] ] deelden in de winst van [ [bedrijf 7] ]
[ [naam 2] ] verklaarde dat het geld van [ [bedrijf 7] ] op de gezamenlijke bankrekening van hem en [ [naam 1] ] terecht komt en dat zij daardoor meedeelt. Hij verklaarde dat hij de in- en verkoop deed en [ [naam 1] ] de rest.
[ [naam 2] ] verklaarde dat het geheel juist is dat hij de handel doet, mw. [naam 1] de administratie verzorgt en dat ze samen delen in de winst van [ [bedrijf 7] ].
De enige inhoudelijke reactie hierop van [ [naam 1] ] is dat wat hij ([ [naam 2] ]) zegt niet waar hoeft te zijn en ook niet waar is.
(…) [hof: passage zwart gelakt]
[ [naam 1] ] verklaarde [hof: passage zwart gelakt]
“V: Wat wist u van het betalingsverkeer van [ [bedrijf 7] ]?
A: Ik weet dat het geld binnen kwam op de gezamenlijke bankrekening, zodat ik het wel kon zien. Dit was vanaf 2012.
V: Deed u weleens betalingen namens [bedrijf 7] ?
A: Ook.
V: Van welke bankrekening(en) was dat?
A: Eerst was dat de Standard Chartered Bank. Hierna kon [bedrijf 7] geen bankrekening meer krijgen van de bank. Hierna is al het verkeer via de gezamenlijke bankrekening gelopen.”
Daarna verklaarde [ [naam 1] ] in haar zesde verhoor dat er geen verdeling van het geld op deze bankrekening heeft plaatsgevonden. Ze verklaarde letterlijk:
“Iedereen neemt wat hij nodig heeft. Er is nooit rekening gesteld van wie wat is.”
(…)
[ [naam 1] ] [hof: passage zwart gelakt] verklaarde:
“V: Wat voor soort overschrijvingen hebben er plaatsgevonden vanaf de en/of rekeningen?
A: De leverancier van [bedrijf 7] , waarschijnlijk ook voor andere zaken als private zaken.
V: Aan wat voor private dingen moeten we dan denken?
A: Je hebt toch geld nodig om te leven, voor de reizen, de dienstverlening die door anderen wordt gegeven.
Door het beslag in Duitsland is mijn ziektekostenverzekering gestopt en dit is niet juist. Ik hoop dat ik niet ernstig ziek word in deze tijd.”
[ [naam 2] ] verklaarde hierover in zijn zesde verhoor:
“
V: Hoe werkt het dan met de gelden?
A: [ [naam 1] ] en ik hebben samen één bankrekening. Dat is ons gezamenlijke vermogen. [bedrijf 7] heeft geen eigen bankrekening. De ontvangsten van de handel van [bedrijf 7] komen dus binnen op de gezamenlijke bankrekening.
Mw. [naam 1] krijgt ook geld op die rekening. Waarvan dat afkomstig is, moet ze zelf maar vertellen. Ik heb er geen interesse meer in. Dat had ik al niet en nu ik ouder ben al helemaal niet meer. Ik heb interesse in het sluiten van een deal. Het geld interesseert me niet.
V. Deelt mevrouw [ [naam 1] ] mee in de winst van [bedrijf 7] ?
A: Ja, dat kunt u zo wel stellen ja
.
V: U vertelde zojuist dat [bedrijf 7] uitsluitend van u was. Nu verteld u dat het van u beiden is. Wanneer is dat veranderd.
A: Dat is in de loop der jaren zo gegroeid.”
In zijn zevende verhoor komt [ [naam 2] ] met zijn advocaat terug op deze verklaring:
“O: Ik wil graag voor we beginnen terug komen op mijn vorige verklaring. Het gaat om [bedrijf 7] , op pagina 5, 3e alinea in het verhoor. Toen werd gevraagd naar de gelden op de gezamenlijke rekening van [bedrijf 7] . De vraag was of [ [naam 1] ] meedeelde in de winst. Ik heb toen gezegd dat dit zo was. [naam 12] voegt toe dat dit juridisch niet kan. [bedrijf 7] is een eenmanszaak van meneer [naam 2] en dus kan de winst niet worden gedeeld met [ [naam 1] ].
V: Maar de bankrekening van [bedrijf 7] is toch een en/of rekening met [ [naam 1] ] en u samen. Van wie is dit geld dan?
A: [naam 12] legt uit dat er op de bankrekening van [bedrijf 7] ook geld binnenkomt van [ [naam 1] ], maar dat het niet zo is dat de gelden van [bedrijf 7] altijd moeten worden verdeeld tussen [ [naam 1] ] en [naam 2] .
V: Van wie is nu feitelijk het geld op de bankrekening? Hoe maakt u de splitsing?
A: [naam 12] legt uit dat [ [naam 2] ] wil verklaren dat [ [naam 1] ] niet mee deelt in de winst van [bedrijf 7] en [ [naam 2] ] deelt niet mee in de gelden van [ [naam 1] ] die op de [bedrijf 7] rekening binnenkomen. Hoe de splitsing wordt gemaakt is niet bekend. Dat doet [ [naam 1] ].”
(…)”.