Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2023:1393

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 maart 2023
Publicatiedatum
6 maart 2023
Zaaknummer
10267535_E03032023
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:668 lid 4 BWArt. 7:625 BWArt. 139 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing loonvordering en wettelijke verhoging wegens voortzetting dienstverband

In deze kort geding procedure vordert eiseres betaling van haar laatstverdiende loon vanaf januari 2023, vermeerderd met vakantiegeld, en een wettelijke verhoging over het niet-betaalde loon van november 2022. Gedaagde, TP Breda, is niet verschenen, waardoor verstek is verleend.

De kantonrechter stelt vast dat het dienstverband op grond van artikel 7:668 lid 4 sub a BW Pro geacht wordt voortgezet te zijn vanaf 1 november 2022 voor zeven maanden. Hierdoor is betaling van loon tot en met mei 2023 verschuldigd. De loonvordering en wettelijke verhoging van 38% over november 2022 worden toegewezen, evenals de wettelijke rente vanaf opeisbaarheid.

De proceskosten worden aan TP Breda opgelegd, maar de explootkosten worden niet toegewezen wegens ontbrekende wettelijke grondslag. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 3 maart 2023 gewezen door de kantonrechter.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt TP Breda tot betaling van loon, wettelijke verhoging, rente en proceskosten wegens voortzetting dienstverband.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 10267535 \ VV EXPL 23-1
Vonnis in kort geding van 3 maart 2023
in de zaak van
[eiseres],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. T.H.J. van Beek, advocaat te Zundert,
procederend krachtens een aan haar verleende toevoeging d.d. 22 december 2022,
tegen
TANDPROTHETISCHE PRAKTIJK BREDA B.V.,
gevestigd te Breda,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TP Breda,
niet in rechte verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 24 januari 2023 met producties;
- de brief van mr. Van Beek van 10 februari 2023 met producties;
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling ter zitting van 17 februari 2023.
1.2.
De inhoud van deze stukken geldt als hier ingelast.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1.
[eiseres] vordert bij wege van voorlopige voorziening, bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. TP Breda te veroordelen tot het correct en tijdig betalen aan [eiseres] van het laatstverdiende loon van € 780,00 bruto per maand, te beginnen met het loon over januari 2023 totdat op rechtsgeldige wijze een einde zal zijn gekomen aan het dienstverband tussen partijen en vermeerderd met voldoening van verschuldigd vakantiegeld zoals dat uit de arbeidsovereenkomst voortvloeit op de geconvenieerde vervaldata;
2. TP Breda te veroordelen tot voldoening van de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) van primair 38% en subsidiair een in goede justitie te bepalen percentage, te berekenen over het vervallen loon over de maand november 2022 van € 780,00;
3. TP Breda te veroordelen tot voldoening van de wettelijke rente over de loonbedragen die TP Breda op grond van het te wijzen vonnis verschuldigd is of wordt, te berekenen vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening;
4. TP Breda te veroordelen in de kosten van de procedure.
2.2 .
TP Breda is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen, zodat tegen haar verstek is verleend.
2.3.
De stellingen die [eiseres] aan haar vordering ten grondslag heeft gelegd, alsmede de inhoud van de door haar overgelegde producties, staan als onweersproken vast.
2.4.
Het spoedeisend belang van [eiseres] is met de aard van de vordering en de niet betwiste stelling van [eiseres] dat zij voor haar levensonderhoud van het tussen partijen overeengekomen loon afhankelijk is, gegeven.
2.5.
Nu TP Breda niet in rechte is verschenen wijst de kantonrechter de vordering van [eiseres] op grond van artikel 139 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering toe, tenzij deze haar onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
De kantonrechter overweegt in dit kader als volgt.
2.6.
De gemachtigde van [eiseres] heeft bij brief van 10 februari 2023 aan de kantonrechter bericht dat het loon over de maand december 2022 op 5 januari 2023 aan [eiseres] is voldaan, zodat dit bedrag geen onderdeel uitmaakt van onderhavige vordering.
2.7.
De vordering tot het correct en tijdig betalen van het laatstverdiende loon van
€ 780,- bruto per maand vanaf januari 2023 totdat op rechtsgeldige wijze een einde zal zijn gekomen aan het dienstverband zal als onvoldoende weersproken worden toegewezen. De kantonrechter merkt in dit verband op dat, zoals door [eiseres] ook in de dagvaarding en ter zitting is gesteld, het dienstverband ingevolge het bepaalde in artikel 7:668 lid 4 en Pro onder a BW met ingang van 1 november 2022 wordt geacht te zijn voortgezet voor de duur van 7 maanden, derhalve tot 1 juni 2023. De vordering van [eiseres] dient aldus gelezen te worden dat betaling van het loon wordt gevorderd tot en met mei 2023.
2.8.
Ter zake wettelijke verhoging over het loon november 2022 is een bedrag van
€ 296,40 bruto toewijsbaar, zijnde 38% over € 780,- bruto.
2.9.
De medegevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen over de verschuldigde loonbedragen vanaf de dag van opeisbaarheid daarvan tot aan de dag van de algehele voldoening.
2.10.
TP Breda is de partij die ongelijk krijgt en zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag is een kostenveroordeling met de verplichting tot betaling van de door de griffier voorgeschoten exploot- en/of advertentiekosten niet mogelijk. Dit betekent dat de (kale) explootkosten niet toewijsbaar zijn. De proceskosten worden tot aan dit vonnis vastgesteld op een bedrag van
€ 621,43 (bestaande uit griffierecht: € 86,-, kosten verschotten KvK/DBR: € 6,43 inclusief btw en kosten salaris gemachtigde [eiseres] : € 529,-).

3.De beslissing in kort geding

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt TP Breda tot het correct en tijdig betalen aan [eiseres] van het laatstverdiende loon van € 780,00 bruto per maand, te beginnen met het loon over januari 2023 totdat op rechtsgeldige wijze een einde zal zijn gekomen aan het dienstverband tussen partijen en vermeerderd met voldoening van verschuldigd vakantiegeld zoals dat uit de arbeidsovereenkomst voortvloeit op de geconvenieerde vervaldata;
4.2.
veroordeelt TP Breda te veroordelen tot voldoening van een bedrag van € 296,40 bruto ter zake wettelijke verhoging over het loon november 2022;
4.3.
veroordeelt TP Breda tot voldoening van de wettelijke rente over de door haar verschuldigde loonbedragen, steeds vanaf de dag van opeisbaarheid daarvan tot aan de dag van de algehele voldoening;
4.4.
veroordeelt TP Breda in de proceskosten van [eiseres] tot op heden vastgesteld op
€ 621,43;
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. Tilman-Knoester en in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2023.