ECLI:NL:RBZWB:2023:5195
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning en schuur wegens drugshandel
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om haar woning en de daarbij behorende schuur voor een maand te sluiten wegens de aanwezigheid van aanzienlijke hoeveelheden harddrugs in de schuur. De burgemeester baseerde zijn besluit op artikel 13b van de Opiumwet, waarbij de woning en schuur als één samenhangend geheel werden beschouwd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting, gelet op de hoeveelheid drugs en de aanwezigheid van verpakkingsmateriaal, wat duidt op handel. De woning ligt in een kwetsbare wijk waar eerder drugsgerelateerde incidenten plaatsvonden. De sluiting is een geschikt middel om drugshandel tegen te gaan en de openbare orde te herstellen.
Verzoekster betwistte de noodzaak tot sluiting van de woning zelf, maar de rechter vond de belangenafweging van de burgemeester zorgvuldig en evenwichtig, mede omdat de sluitingstermijn was beperkt tot een maand. Ook de begunstigingstermijn werd als redelijk beoordeeld, met een verlenging tot 28 juli 2023. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, waardoor de burgemeester mag overgaan tot sluiting.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van woning en schuur wordt afgewezen, waardoor de burgemeester mag overgaan tot sluiting voor een maand.