ECLI:NL:RBZWB:2023:5471
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van rentebeschikkingen op teruggaaf bpm en kostenvergoedingen
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 3 augustus 2023 uitspraak gedaan in de zaak tussen belanghebbende B.V. en de inspecteur van de belastingdienst over rentebeschikkingen op teruggaaf bpm. De inspecteur had rentebeschikkingen genomen op basis van artikel 30ha AWR en de bezwaren van belanghebbende deels gegrond verklaard met aanpassing van rentepercentages en een forfaitaire kostenvergoeding.
Belanghebbende voerde aan dat de inspecteur niet bevoegd was tot het nemen van de rentebeschikkingen en dat de rentevergoeding te laag was. De rechtbank verwierp het bezwaar tegen de bevoegdheid van de inspecteur en oordeelde dat de rentevergoeding correct was berekend volgens de AWR en het doeltreffendheidsbeginsel, waarbij de gehanteerde DNB-rentepercentages passend waren.
Verder stelde belanghebbende dat het griffierecht in strijd was met het Unierecht en dat een integrale kostenvergoeding en immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn moesten worden toegekend. De rechtbank wees deze verzoeken af, onder meer omdat het financieel belang gering was en er geen sprake was van spanning of frustratie bij belanghebbende.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd om uitspraak te doen over rentevergoedingen die tot de bevoegdheid van de ontvanger behoren en handhaafde de uitspraken op bezwaar. De beroepen werden ongegrond verklaard en het griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: De beroepen tegen de rentebeschikkingen worden ongegrond verklaard en verzoeken om hogere rentevergoeding, kostenvergoeding en immateriële schade worden afgewezen.