ECLI:NL:RBZWB:2023:6892
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening korting AOW-pensioen wegens ingezetenschap en duurzame band met Nederland
Eiser vroeg op 22 maart 2022 een AOW-pensioen aan bij de Sociale Verzekeringsbank (Svb). De Svb stelde het recht op AOW vast op 76%, omdat twaalf jaren niet als verzekerd werden beschouwd vanwege inschrijving in België. Eiser betwistte dit en stelde dat hij vanaf 16 december 1972 een duurzame band met Nederland had, mede door zijn studie en verblijf in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast bij eiser ligt om aan te tonen dat hij verzekerd was in de betwiste perioden. Voor de periode tot 1 juli 1975 was de duurzame band met Nederland onvoldoende aannemelijk, mede omdat eiser tot medio 1975 bij zijn ouders in België woonde en slechts naar school in Nederland ging. Voor de periode van 1 juli 1975 tot en met 31 juli 1985 achtte de rechtbank de duurzame band met Nederland wel aannemelijk, gezien studieverblijf, stages, lidmaatschap van Nederlandse verenigingen en inschrijving op een Nederlands adres.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept het primaire besluit van de Svb. De korting op het AOW-pensioen wordt verminderd tot 4% in plaats van 24%. Tevens veroordeelde de rechtbank de Svb tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vermindert de korting op het AOW-pensioen van eiser tot 4% en veroordeelt de SVB in proceskosten en griffierecht.