ECLI:NL:RBZWB:2023:7331
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bron van inkomen en vertrouwensbeginsel bij verkoop gezondheidsproducten
Belanghebbende startte in 2009 een adviesbureau en wijzigde in 2016 zijn activiteiten naar de verkoop van gezondheidsproducten en begeleiding van partners. De inspecteur stelde voor 2020 een aanslag IB/PVV vast op basis van een belastbaar inkomen van € 96.376 en wees het bezwaar af.
De rechtbank onderzocht of de activiteiten een bron van inkomen vormen, waarbij de kernvraag was of belanghebbende redelijkerwijs voordeel kon verwachten. Ondanks een positieve trend in omzet, waren de resultaten over meerdere jaren negatief en ontbrak concrete onderbouwing voor toekomstige groei. De rechtbank concludeerde dat geen objectieve voordeelsverwachting bestond.
Daarnaast werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen. De toezeggingen tijdens het boekenonderzoek betroffen een herbeoordeling en boden geen garantie voor ondernemerschap. Ook de OndernemersCheck op de website van de Belastingdienst kon geen rechtsgeldig vertrouwen wekken.
De inspecteur had tijdig uitspraak gedaan na ingebrekestelling, waardoor geen dwangsom verschuldigd was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslag, waarbij het griffierecht niet werd teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting over 2020 blijft gehandhaafd.