ECLI:NL:RBZWB:2023:8799
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing teruggaafverzoeken dividendbelasting buitenlandse beleggingsfondsen
Deze bestuursrechtelijke uitspraak betreft meerdere zaken van buitenlandse beleggingsfondsen die teruggaaf van Nederlandse dividendbelasting vorderen. De rechtbank behandelt deze zaken gezamenlijk vanwege de vergelijkbare rechtsvragen en het grote aantal procedures.
De fondsen, veelal zogenoemde éénpitterfondsen met slechts één participant, beroepen zich op het Unierecht en stellen dat zij vergelijkbaar zijn met Nederlandse fiscale beleggingsinstellingen (fbi) en daarom recht hebben op teruggaaf. De rechtbank oordeelt dat deze fondsen niet kwalificeren als opbrengstgerechtigde of fonds voor gemene rekening volgens de Nederlandse wetgeving, en dat het beroep op de jurisprudentie van het Hof van Justitie EU en de Hoge Raad niet tot een ander oordeel leidt.
Daarnaast wijst de rechtbank de beroepen af die betrekking hebben op het afdrachtsregime, mede gelet op het arrest van de Hoge Raad van 9 april 2021. De stelling dat sprake zou zijn van verboden staatssteun wordt verworpen omdat er geen vergelijkbare begunstigde groep is. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de teruggaafverzoeken van buitenlandse beleggingsfondsen af.