Conclusie
1.Overzicht
Inleiding
Middel 1betoogt dat het Hof de herleidingsmethode ten onrechte heeft verworpen.
Middel 2voert aan dat de naheffingsaanslag tijdsevenredig moet worden verminderd op de grond dat bij het verlenen van bpm-teruggaaf bij export van enkele auto’s geen rekening is gehouden met de naheffing.
Middel 3betoogt dat het Hof de nieuwprijs van een aantal auto’s op onjuiste wijze heeft vastgesteld.
Middel 4voert aan dat belanghebbende de Scandinavische rekenmethode mag toepassen voor het berekenen van de CO2-uitstoot van een Maserati GranTourismo.
Middel 5betoogt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat belanghebbende de koerslijst X-RAY niet mag toepassen voor het bepalen van de afschrijving voor een Citroën Grand C4. Tot slot betoogt
middel 6dat het Hof de proceskostenvergoeding op een verkeerd bedrag heeft vastgesteld.
Middel 1faalt.
middel 4faalt.
middel 3als
middel 5faalt.
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
Beroepschrift in cassatie
middel 3aan dat het Hof de nieuwprijs onjuist heeft vastgesteld dan wel het door belanghebbende aangevoerde betoog hierover ten onrechte buiten beschouwing heeft gelaten.
middel 1voert de Staatssecretaris aan dat de herleidingsmethode niet behoort tot de wettelijk toelaatbare verminderingsmethoden. Daarnaast is de huidige wettelijke regeling niet in strijd met art. 110 VWEU Pro, aldus de Staatssecretaris.
middel 2). Volgens de Staatssecretaris hoeft bij de bpm-heffing bij invoer van gebruikte voertuigen geen rekening te worden gehouden met een eventuele latere teruggaaf bij uitvoer.
middel 3voert de Staatssecretaris aan dat het Hof wel degelijk is ingegaan op de stelling van belanghebbende betreffende de nieuwprijs van een aantal auto’s. Volgens de Staatssecretaris dient bij het gebruik van de koerslijstmethode voor het bepalen van de bpm-vermindering, zowel de handelsinkoopwaarde als de historische nieuwprijs te volgen uit dezelfde koerslijst. Nu belanghebbende de nieuwprijs wenst te baseren op een andere koerslijst, kan zij niet in haar stelling worden gevolgd. Subsidiair merkt de Staatssecretaris op dat belanghebbende de bpm-vermindering op basis van de door haar bepleite nieuwprijzen ook niet aannemelijk heeft gemaakt.
middel 4op dat de CO2-uitstoot van de Maserati vaststaat, nu deze is gebaseerd op een door de Inspecteur voor de Rechtbank ingebracht CVO.
middel 5).
middel 6vervatte stelling dat het Hof de proceskostenvergoeding verkeerd heeft berekend. Voor zover de Hoge Raad dit middel gegrond verklaard, is de Staatssecretaris van mening dat voor de proceskostenvergoeding voor de cassatieprocedure, wegingsfactor 0,25 (zeer licht) toegepast dient te worden.
4.Bespreking van de middelen
Middel 1 (herleidingsmethode)
B. Waarde per punt