ECLI:NL:RBZWB:2024:1212
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing teruggaafverzoek dividendbelasting voor buitenlandse belegger
Belanghebbende, een buitenlandse belegger uit Luxemburg, heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van een verzoek om teruggaaf van dividendbelasting over het jaar 2015. De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder zitting, omdat beide partijen geen gebruik wilden maken van het recht op mondelinge behandeling.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek terecht is afgewezen. De Hoge Raad heeft bepaald dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het feit dat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor afdrachtvermindering, omdat zij niet inhoudingsplichtig zijn in Nederland. Belanghebbende kon geen nieuwe argumenten aandragen die aanleiding geven tot een ander oordeel of tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.
Zelfs indien er sprake zou zijn van een belemmering, zou belanghebbende hier niet van kunnen profiteren, omdat het rechtsherstel volgens de Hoge Raad plaatsvindt via een vervangende betaling die de teruggaaf beperkt. De rechtbank ziet geen aanwijzingen dat deze wijze van rechtsherstel strijdig is met het Unierecht.
Gelet op deze overwegingen wordt het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende krijgt geen teruggaaf van dividendbelasting, geen rentevergoeding en ook het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende op teruggaaf van dividendbelasting wordt ongegrond verklaard.