Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.(Verdere) loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
internesamenhang van
ditstelsel ook [zou] kunnen worden behouden (
curs.Rb)’ door betaling van een
niet-Deensebelasting. Afgezien van enige tekstuele onduidelijkheid doordat het onbepaalde ‘een belasting’ is gebezigd, is er ook geen enkel positief aanknopingspunt in de rechtsoverwegingen van het Hof van Justitie te vinden dat het Hof van Justitie dit wel bedoeld kan hebben.
Nederlandsedividenden. Zelfs als de ‘vervangende betaling’ ertoe leidt dat geen teruggaaf wordt verleend, is nog steeds aan de orde dat bij belanghebbende alleen Nederlandse belasting is geheven over Nederlands dividend.
Alshet al zo zou zijn dat het niet verenigbaar is met het doeltreffendheidsbeginsel dat een teruggaaf wordt bepaald met inachtneming van een vermindering met een vervangende betaling over ‘de wereldwinst’, dan neemt dat niet weg dat een teruggaaf kan worden bepaald met inachtneming van een vermindering met een vervangende betaling over ‘de Nederlandse winst’. Van een buitenlands fonds dat (al dan niet (meer) subsidiair) het standpunt inneemt dat het Unierechtelijk onjuist is dat de vervangende betaling over ‘de wereldwinst’ in plaats van over ‘de Nederlandse winst’ wordt berekend, mag worden verwacht dat het een berekening overlegt inzake de teruggaaf met inachtneming van een vermindering met de vervangende betaling over die laatste grondslag. Er dient immers geprocedeerd te worden op basis van feiten (vgl. eerder 4.2.6) en bovendien rust op het fonds de bewijslast van de hoogte van de teruggaaf. [19]
alseen buitenlands fonds het standpunt inneemt dat teruggaaf dient te geschieden met inachtneming van een vermindering met de vervangende betaling over ‘de Nederlandse winst’, dan van het fonds gevergd mag worden dat het een berekening overlegt.
5.Proceskosten
6.Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: