Eiser heeft beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen omdat deze niet binnen de door de rechtbank op 11 augustus 2023 gestelde termijn heeft beslist op zijn bezwaar. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en verklaart het ontvankelijk en kennelijk gegrond. Omdat de Dienst Toeslagen niet binnen de gestelde termijn heeft beslist, wordt deze opgedragen alsnog binnen twee weken na verzending van deze uitspraak een besluit te nemen.
De rechtbank legt een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500,- voor elke dag dat de beslissing uitblijft na de termijn. Verweerder had verzocht om een lagere dwangsom vanwege capaciteitsproblemen, maar de rechtbank wijst dit af en verwijst naar de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Dienst Toeslagen tot betaling van €437,50 aan proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht van €51,- aan eiser. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders en griffier M.R. Jouvenaar op 30 april 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.