ECLI:NL:RBZWB:2024:3692
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot teruggaaf dividendbelasting voor buitenlands fonds
Belanghebbende, een buitenlands fonds gevestigd in Luxemburg, heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2018 en 2019. De rechtbank heeft de zitting achterwege gelaten omdat partijen geen gebruik wilden maken van het recht om gehoord te worden.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht de teruggaaf van dividendbelasting heeft geweigerd. Dit volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad die bepaalt dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buiten Nederland gevestigde beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor een tegemoetkoming via de afdrachtvermindering.
Belanghebbende heeft aangevoerd dat zij vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling (fbi) en daarom recht zou hebben op teruggaaf, maar de rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken of prejudiciële vragen te stellen. Zelfs als er sprake zou zijn van een belemmering, zou het voorgeschreven rechtsherstel via een vervangende betaling niet tot teruggaaf leiden.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken en het arrest L-Fundis en acht de argumenten van belanghebbende onvoldoende om anders te beslissen. De beroepen worden ongegrond verklaard, belanghebbende krijgt geen teruggaaf, geen rentevergoeding en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de verzoeken tot teruggaaf van dividendbelasting af.