Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen omdat deze niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn had beslist op haar bezwaar tegen de kinderopvangtoeslag. De rechtbank had eerder op 20 september 2023 bepaald dat verweerder binnen zeven weken moest beslissen. Omdat deze termijn niet werd nageleefd, is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond.
De rechtbank legt aan verweerder op om binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder had verzocht om een lagere dwangsom wegens capaciteitsproblemen, maar dit verzoek wordt afgewezen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van het griffierecht van €51 en een proceskostenvergoeding van €437,50 aan eiseres. De rechtbank volgt hiermee het landelijke beleid en de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 2 juli 2024.