Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak van 28 september 2023 een termijn had gesteld waarbinnen verweerder moest beslissen.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder niet binnen de gestelde termijn een besluit heeft genomen en verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond. Omdat de eerdere uitspraak al een termijn stelde, was een ingebrekestelling niet vereist.
De rechtbank draagt verweerder op om binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op het bezwaar. Tevens legt zij een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500 voor het geval verweerder opnieuw niet tijdig beslist.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van het griffierecht van €51 en een proceskostenvergoeding van €437,50 aan eiseres, gebaseerd op de beperkte aard van het geschil en de ingediende beroepschrift.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 9 juli 2024 door rechter R.P. Broeders.