ECLI:NL:RBZWB:2024:4684
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Verzoekster, een 24-jarige vrouw met drie kinderen, ontving een bijstandsuitkering die door Werkplein Hart van West-Brabant is ingetrokken en beëindigd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met een partner, wat zij betwistte. Werkplein baseerde het besluit op waarnemingen, raadplegingen van registers en een verklaring van verzoekster zelf.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de waarnemingen proportioneel en rechtmatig waren en dat de verklaring van verzoekster, afgelegd na confrontatie met de waarnemingen, geldig was. Er was sprake van een onweerlegbaar rechtsvermoeden van gezamenlijke huishouding vanwege het hoofdverblijf van de partner en de geboorte van een kind uit hun relatie.
Verzoekster had de gezamenlijke huishouding niet gemeld, waardoor zij de inlichtingenplicht schond en ten onrechte bijstand ontving. Gezien deze feiten en de belangenafweging werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking en beëindiging van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.