Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen omdat deze niet binnen de door de rechtbank op 13 oktober 2023 gestelde termijn heeft beslist op haar bezwaar. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, mede omdat in deze situatie geen ingebrekestelling vereist is.
De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen op het bezwaar van eiseres. Daarnaast wordt een dwangsom opgelegd van €250 per dag met een maximum van €37.500,-, conform het landelijke beleid. De rechtbank wijst het verzoek van de Belastingdienst voor een lagere dwangsom af, omdat capaciteitsproblemen geen grond zijn voor een lagere dwangsom.
Verder veroordeelt de rechtbank de Belastingdienst tot betaling van het griffierecht en een proceskostenvergoeding van €437,50 aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 17 juli 2024.