Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Belastingdienst/Toeslagen omdat deze niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn op haar bezwaar heeft beslist. De rechtbank bevestigt dat verweerder niet tijdig heeft besloten en verklaart het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van twee weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Daarnaast wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd vanwege de overschrijding van de beslistermijn. Verweerder had verzocht om een lagere dwangsom vanwege capaciteitsproblemen, maar dit verzoek wordt afgewezen.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van het griffierecht van €51 en een proceskostenvergoeding van €437,50 aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is gebaseerd op eerdere jurisprudentie en de specifieke omstandigheden van deze zaak.