Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaarschrift door de Dienst Toeslagen, nadat de rechtbank in een eerdere uitspraak een beslistermijn had gesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Tevens legt zij een dwangsom op van €100,- per dag met een maximum van €15.000,- voor elke dag dat de beslissing uitblijft. Verweerder had verzocht om een lagere dwangsom vanwege capaciteitsproblemen, maar dit verzoek wordt afgewezen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres, omdat het beroep gegrond is. De proceskostenvergoeding bedraagt €437,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 24 juni 2024.