Belanghebbende, een buitenlands fonds gevestigd in Ierland, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2016, 2017 en 2018. De rechtbank heeft de zitting achterwege gelaten omdat partijen geen gebruik maakten van het recht op mondelinge behandeling.
De rechtbank overweegt dat de inspecteur terecht geen teruggaaf heeft verleend, mede gelet op het overgangsrecht en de jurisprudentie van de Hoge Raad. Deze heeft geoordeeld dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd doordat buitenlandse beleggingsinstellingen niet in aanmerking komen voor de afdrachtvermindering.
Belanghebbende stelde dat zij vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling en dat het Unierecht teruggaafrecht verleent, maar de rechtbank volgt dit niet. Ook een eventuele onrechtmatige belemmering zou niet leiden tot teruggaaf zonder een vervangende betaling, conform de Hoge Raad. De rechtbank ziet geen aanleiding voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst teruggaaf en rentevergoeding af. Het griffierecht wordt niet teruggegeven en proceskosten worden niet vergoed.