Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen omdat deze niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn had beslist op haar bezwaar. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, mede omdat in een eerdere uitspraak van 1 november 2023 reeds een beslistermijn was vastgesteld die niet is nagekomen.
De rechtbank bepaalt dat de Dienst Toeslagen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen op het bezwaar van eiseres. Daarnaast wordt een dwangsom van € 250,- per dag opgelegd, met een maximum van € 37.500,-, conform het landelijke beleid. Verweerder heeft verzocht om een lagere dwangsom, maar dit verzoek wordt afgewezen.
Verder moet de Dienst Toeslagen het griffierecht van € 51,- en proceskosten van € 437,50 aan eiseres vergoeden. De rechtbank wijst erop dat het niet aan haar is om structurele capaciteitsproblemen van de Dienst Toeslagen op te lossen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 7 augustus 2024.