In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de Dienst Toeslagen omdat verweerder niet binnen de door de rechtbank eerder gestelde termijn heeft beslist op het bezwaar van eiser. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, mede omdat in eerdere uitspraak al een beslistermijn was vastgesteld.
De rechtbank legt aan verweerder op om binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op het bezwaar. Daarnaast wordt een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €37.500 opgelegd voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder had verzocht om een lagere dwangsom wegens capaciteitsproblemen, maar dit verzoek wordt afgewezen.
Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van €51 aan eiser en een proceskostenvergoeding van €437,50. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en wijst op het belang van tijdige besluitvorming door bestuursorganen.