Belanghebbende, een buitenlands beleggingsfonds uit Ierland, heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van verzoeken om teruggaaf van dividendbelasting over de jaren 2014, 2015 en 2016. De rechtbank heeft besloten dat de inspecteur terecht geen teruggaaf heeft verleend, mede gelet op het overgangsrecht en het arrest van de Hoge Raad dat het vrije verkeer van kapitaal niet wordt belemmerd door het ontbreken van inhoudingsplicht voor buitenlandse beleggingsinstellingen.
Belanghebbende voerde aan dat het fonds vergelijkbaar is met een fiscale beleggingsinstelling (fbi) en dat teruggaaf op grond van het Unierecht mogelijk moet zijn. De rechtbank volgt dit niet en ziet geen aanleiding voor prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. Ook de stelling dat er sprake is van verboden staatssteun wordt verworpen, omdat het fbi-regime niet selectief is en uitvoering van rechtspraak geen staatssteun vormt.
De rechtbank overweegt dat zelfs bij een mogelijke belemmering van het vrije verkeer van kapitaal, rechtsherstel niet tot daadwerkelijke teruggaaf kan leiden zonder een vervangende betaling, conform de Hoge Raad. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en belanghebbende krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.