ECLI:NL:RBZWB:2024:5996
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens drugshandel
Verzoeker, huurder van een woning in Breda, maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester om de woning voor drie maanden te sluiten op grond van de Opiumwet wegens vermoedelijke handel in harddrugs. De politie rapporteerde meerdere meldingen en observaties van kortstondige bezoeken aan de woning, waarbij drugsverkoop werd vermoed. Bij een politieactie werden onder meer cocaïne, een vuurwapen en munitie aangetroffen.
Verzoeker werd in een strafrechtelijke procedure vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs voor drugshandel, maar de bestuursrechter oordeelde dat het bestuursrechtelijk traject losstaat van het strafrechtelijk en dat de burgemeester bevoegd was het besluit te nemen. De burgemeester baseerde zich op bestuurlijke rapportages en meldingen die wijzen op drugshandel vanuit de woning.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de burgemeester terecht heeft geoordeeld dat sluiting een geschikt, noodzakelijk en evenwichtig middel is om het woon- en leefklimaat te beschermen en de openbare orde te herstellen. De nadelige gevolgen voor verzoeker, zoals het verlies van de woning, zijn niet onevenredig. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.