Eiseres heeft op 10 september 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op deze aanvraag beslist. Na een ingebrekestelling op 2 november 2022 is de termijn nog steeds overschreden.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het grote aantal aanvragen acht de rechtbank een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak redelijk voor het doen van een vooraankondiging, gevolgd door een termijn van twee weken na ontvangst van een eventuele zienswijze voor het nemen van het besluit.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat verweerder de termijnen overschrijdt. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 30 september 2024.