Eiseres heeft op 30 juni 2023 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schadevergoeding (CWS) voor aanvullende schadevergoeding. Verweerder, Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist. Na een ingebrekestelling op 2 juli 2024 en ontvangst daarvan op 3 juli 2024, verstreken twee weken zonder besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het grote aantal aanvragen stelt de rechtbank een termijn van zeven weken na verzending van deze uitspraak vast, aansluitend op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres. De rechtbank wijst verzoeken tot verlaging van de dwangsom en wegingsfactor af.