Eiseres heeft op 9 mei 2023 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op deze aanvraag beslist. Nadat eiseres verweerder op 21 mei 2024 in gebreke had gesteld, bleef een besluit uit, waardoor zij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen negen weken na verzending van deze uitspraak een vooraankondiging moet verzenden aan eiseres. Daarna kan eiseres een zienswijze indienen binnen zes weken, waarna verweerder binnen twee weken een besluit moet nemen.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat verweerder de termijnen overschrijdt. Verweerder moet ook het griffierecht van €51 en proceskosten van €437,50 aan eiseres vergoeden. De rechtbank wijst verzoeken van verweerder om een lagere dwangsom of een afwijkende wegingsfactor af.