ECLI:NL:RBZWB:2024:7323
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermogensrechtelijke toerekening en vernietiging vergrijpboeten in trustzaak
Belanghebbende, erfgenaam van haar overleden vader, was betrokken bij een truststructuur waarvan het vermogen volgens de inspecteur deels aan haar moest worden toegerekend op grond van artikel 2.14a Wet IB 2001. De inspecteur legde navorderingsaanslagen en vergrijpboeten op wegens onjuiste of niet ingediende aangiften over de jaren 2010 tot en met 2017.
De rechtbank oordeelt dat belanghebbende door een renteloze lening indirect begunstigde was van de trust, ondanks een formele uitsluiting als begunstigde. De inspecteur mocht daarom het vermogen van de trust voor een vierde deel aan belanghebbende toerekenen. De navorderingsaanslagen werden deels verminderd vanwege correcties in het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen.
De rechtbank vernietigt de vergrijpboeten omdat de aangiften door een deskundige adviseur zijn ingediend en niet is aangetoond dat belanghebbende zelf (voorwaardelijke) opzet of grove schuld heeft gehad. Tevens kende de rechtbank een vergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en bepaalde zij een proceskostenvergoeding voor belanghebbende.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en rentebeschikkingen worden verminderd, de vergrijpboeten vernietigd en immateriële schadevergoeding en proceskostenvergoeding toegekend.