ECLI:NL:RBZWB:2024:7326
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toerekening vermogen trust aan erfgenaam en vermindering navorderingsaanslagen inkomstenbelasting
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 30 oktober 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor de jaren 2010 tot en met 2017. De inspecteur had aan de erflaatster navorderingsaanslagen en boetes opgelegd vanwege niet aangegeven inkomen uit aanmerkelijk belang, gerelateerd aan een trust die door haar vader was ingesteld.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur terecht de navorderingsaanslagen voor 2010 tot en met 2014 heeft opgelegd en dat ook de aanslagen voor 2015 tot en met 2017 terecht zijn vastgesteld, maar dat de aanslagen voor 2010 tot en met 2016 te hoog waren vastgesteld omdat het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen moest worden verminderd met de waarde van bepaalde vorderingen. De rentebeschikkingen werden dienovereenkomstig verminderd.
De rechtbank stelde vast dat de erflaatster door een renteloze lening indirect begunstigde was van de trust, ondanks dat zij formeel als begunstigde was uitgesloten. De kwade trouw van de adviseur die de aangiften had ingediend zonder de trustvraag aan te kruisen, werd aan de erflaatster toegerekend, waardoor navordering mogelijk was. Tevens kende de rechtbank immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en stelde zij proceskostenvergoedingen vast.
Uitkomst: Navorderingsaanslagen 2010-2016 verminderd, beroep 2017 ongegrond, immateriële schadevergoeding en proceskosten toegekend.