Eiser heeft op 24 januari 2023 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op deze aanvraag beslist. Nadat eiser verweerder op 8 maart 2024 in gebreke had gesteld en de wettelijke termijn van twee weken was verstreken zonder besluit, stelde eiser beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Verweerder wordt opgedragen alsnog binnen een redelijke termijn te beslissen. De rechtbank stelt een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak voor het verzenden van een vooraankondiging en vervolgens twee weken na ontvangst van een eventuele zienswijze voor het nemen van het besluit.
Daarnaast legt de rechtbank aan verweerder een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Verweerder moet ook het griffierecht en proceskosten van €437,50 aan eiser vergoeden. De rechtbank wijst verzoeken om een lagere dwangsom of een afwijkende wegingsfactor voor de proceskostenvergoeding af.