Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen, nadat de rechtbank eerder op 3 januari 2024 een beslistermijn had gesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat verweerder niet binnen de gestelde termijn heeft beslist.
De rechtbank verwijst naar een eerdere lijn die is vastgesteld in een uitspraak van 14 november 2024, waarin is bepaald dat in soortgelijke zaken een beslistermijn van zestig weken na ontvangst van het bezwaarschrift geldt. Omdat deze termijn in deze zaak is verstreken, geldt nu een termijn van twee weken na verzending van deze uitspraak voor het nemen van het besluit.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €250 per dag met een maximum van €37.500,- conform het landelijke beleid. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De rechtbank wijst verzoeken van verweerder tot verlaging van de dwangsom en aanpassing van de wegingsfactor af.